HOE ZIT DAT MET DIE ENGELSE WERKWOORDEN??

 

 

De vervoeging van de Engelse werkwoorden lijkt soms een beetje op het Nederlands, maar vaak gaat het heel anders dan je verwacht.

Nederlanders zeggen bijvoorbeeld: Ik heb het gisteren gekocht, maar in het Engels is dat: I bought it yesterday.

Of: Ik woon daar al vijf jaar, is in het Engels: I have lived there for five years. Rara, hoe zit dat??

 

Vandaar dit overzicht. Je vindt hierin de verschillen tussen de verleden tijd en de voltooide tijd. We nemen meteen ook even de continuous mee.

 

 

VERLEDEN TIJD = PAST SIMPLE

 

 

q       Hoe maak je de Past Simple?

 

Dat ligt eraan. Bij "gewone" (= regelmatige) werkwoorden zet je achter het werkwoord gewoon: - ed.

 

Dus:

 

q       I play

I played

q       we work

we worked

q       they listen

they listened

 

 

Bij onregelmatige werkwoorden (zie de lijst op blz. 152/153 Textbook) die je al hebt moeten leren, daar neem je de 2e vorm van het werkwoord.

 

Dus:

 

q       we go

we went

q       you think

you thought

q       I understand

I understood

q       they know

they knew

 

 

q       Wanneer gebruik je de Past Simple?

 

Dat doe je als je aan de zin kunt zien dat er iets in het verleden is gebeurd. Meestal staat er dan n van de volgende uitdrukkingen in:

 

q       yesterday

Yesterday I called my friend.

q       last month

Last month we were on holiday.

q       two years ago

Two years ago my dad bought a new car.  

q       this morning

This morning we saw an accident.

q       in 2003

Our president died in 2003.

                     enzovoort, enzovoort ......

 

 

 Past S. - 1 oefenen met Past Simple voor beginners.

 Past S. - 2 oefenen met Past Simple voor gevorderden.

     

                          

                                              

VOLTOOIDE TIJD = PRESENT PERFECT

 

 

q       Hoe maak je de Present Perfect?

 

Je hebt hiervoor altijd minstens TWEE werkwoorden nodig, namelijk:

 

HAVE (bij: I, you, we, they) of HAS (bij: he, she ,it) + VOLTOOID DEELWOORD

 

 

Hoe kom je aan het voltooid deelwoord?

Dat ligt eraan. Bij "gewone" (= regelmatige) werkwoorden zet je achter het werkwoord gewoon: - ed.

 

Dus:

 

q       I play

I have played

q       we walk

we have walked

q       it rains

it has rained

 

 

Bij onregelmatige werkwoorden (zie de lijst op blz. 152/153 Textbook) die je al hebt moeten leren, daar neem je de 3e vorm van het werkwoord.

 

Dus:

 

q       they go

they have gone

q       she thinks

she has thought

q       we meet

we have met

q       you speak

you have spoken

 

 

q       Wanneer gebruik je de Present Perfect?

 

Dat doe je in verschillende situaties:

 

q       als je zegt of vraagt of er ooit iets is gebeurd;

q       als je zegt of vraagt hoe lang iets al aan de gang is;

q       als je uitlegt hoe iets is gekomen.

 

Meestal staat er dan n van de volgende uitdrukkingen in:

 

q       already (al)

They have already eaten.

q       ever (wel eens, ooit)

Has he ever seen a ghost?

q       for (nu al)

We have lived here for ten years.    

q       just (zo net)

The Queen has just entered the castle.    

q       yet (nog)

I haven't found my watch yet.

q       always (altijd al)

He has always wanted to be an actor.

q       (for) how long (hoe lang al)

How long have they been in love?

q       never (nog nooit)

She has never kissed a frog.

q       since (sinds, vanaf)

You have worked hard since October.

q       because (omdat)

He is watching TV now because he has finished all his homework.

 PRES.P. - 1 oefenen met Present Perfect.

 . oefenen met KEUZE tussen Present Perfect en Past Simple.

 

 

ZIJN of WAREN AAN DE GANG = CONTINUOUS

ZIJN of WAREN BEZIG met iets = CONTINUOUS

 

 

Hoe maak je de Continuous?

 

Je hebt hiervoor altijd minstens TWEE werkwoorden nodig, namelijk:

 

Present Continuous:

 

AM (bij: I) of ARE (bij: you, we, they) of IS (bij: he, she, it) + WERKWOORD + -ING

 

Past Continuous:

 

WAS (bij: I, he, she, it) of WERE (bij: you, we, they) + WERKWOORD + -ING

 

Wanneer gebruik je de Present Continuous?

 

Dat doe je als je aan de zin kunt zien dat er NU iets aan het gebeuren is. Meestal staat er dan n van de volgende uitdrukkingen in:

 

q       at the moment

q       (right) now

q       today

q       Look! (kijken, want nu gebeurt er iets)

    enzovoort, enzovoort .......

 

 

Dus: It is raining at the moment.

       Today I am wearing glasses.

        Look!! Those boys are fighting.

 

 

 

Wanneer gebruik je de Past Continuous?

 

Dat doe je als je aan de zin kunt zien dat er iets in het verleden een tijdje aan de gang was. Meestal staat er dan n van de volgende uitdrukkingen in:

 

q       yesterday

q       last month

q       two years ago

q       this morning

  enzovoort, enzovoort ......

 

Dus: This morning I was sleeping, when you called.

       Why were they shouting an hour ago?

        Last night my dad was fixing his car.

 

 

 . oefenen met Present Continuous.

 Pres.C. - 2 oefenen met KEUZE tussen Present Continuous en Present Simple.

 

 . oefenen met Past Continuous.

oefenen met KEUZE tussen Past Continuous en Past Simple.                                                                                     HOME